Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

uitstromen

uitkomen, uitmonden, weglopen

uitstrijkpreparaat

op een objectglas uitgestreken hoeveelheid van een microscopisch te onderzoeken stof, bv. bloed, sputum, faeces, een bacteriecultuur

uitstrijkje

op een objectglas uitgestreken hoeveelheid van een microscopisch te onderzoeken stof, bv. bloed, sputum, faeces, een bacteriecultuur

uitstrijk

op een objectglas uitgestreken hoeveelheid van een microscopisch te onderzoeken stof, bv. bloed, sputum, faeces, een bacteriecultuur

uitstrekken

uitrekken, uitbreiden, uitspreiden

uitstralingsmetingen

metingen die betrekking hebben op de absolute meting van een uitgestraald veld

uitstraling

de uitstraling van pijn naar de omgeving

uitstralen

emitteren, afgeven, uitzenden, uitgieten