Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

uitstralen

emitteren, afgeven, uitzenden, uitgieten

uitstoten

uitbrengen, uiten, slaken, uitbraken, verbannen, verstoten

uitstorting

vloeibaar exsudaat of transsudaat in lichaamsholten

uitstorten

luchten, uiten, plengen, gieten, lozen, plenzen, pletsen, uitgieten, vergieten, verspreiden

uitstootkoe

reformkoe : koe die eerst als melkkoe en daarna als vleeskoe wordt gebruikt

uitstoelen

te voorschijn komen van stronkopslag

uitsterven

` uit – ster – ven, (stierf uit, is uitgestorven), ophouden te bestaan doordat er geen nakomelingen zijn; figuurlijk niet meer in gebruik zijn: dat woord is uitgestorven ; dat gebruik sterft langzamerhand uit

uitstellen

opschorten, verdagen, ophouden, opschuiven, talmen, temporiseren, verschuiven, vertragen

uitstelbare post

sommige postadministraties bieden een dienst aan waarbij klanten een bijzonder omvangrijke zending kunnen spreiden over een bepaalde periode, waarbij overeengekomen wordt op welke datum (of binnen welke periode) de post besteld moet zijn