zwinden
verdwijnen
verdwijnen
het -woord, zwinnen, geul tussen wadden
het leer voor een schoen om de leest brengen en vastzetten
Het hoekstuk tussen een boog en de rechthoekige omlijsting waarin de boog is gevat.
fietsendief
bofje, mazzeltje, gelukje, fiets
boef, schoft, smeerlap
ruimte onder de onderste eestvloer, waar de hete rookgassen passeren
vuiligheid
janboel, puinhoop, rotzooi, troep, beestenbende, bende