vegetaal
plantaardig
plantaardig
` ve – gen, (veegde, h. geveegd), van stof of vuil ontdoen met een bezem, stofdoek enz.;, voeten vegen, op een mat de schoenzolen reinigen;, ieder moet voor (zijn) eigen deur vegen, zijn eigen gebreken trachten te verbeteren (en niet aanmerkingen maken op anderen);, van het bord vegen, verpletterend verslaan bij een bordspel als dammen … Lees verder
strenge vegetariër, die geen enkel dierlijk produkt wil gebruiken en ook in kleding en schoeisel principieel artikelen vermijdt van dierlijke herkomst (bont, leer, wol, veren, enz.)
waar veevoeder verbouwd wordt ;gewas dat uitsluitend of voornamelijk als veevoeder wordt geteeld
produkt dat dient om in de voedselbehoefte van dieren te voorzien
` vee – teelt, de -woord, het fokken van vee
` vee – sta – pel, de -woord (mannelijk), veestapels, hoeveelheid vee in een land of op een boerderij aanwezig
poepje, ruft, scheet, wind
groep van dieren van één ras die meer eigenschappen gemeen hebben dan de dieren van het ras;vooral bij runderrassen(bv.het Maas-Rijn-Ijssel roodbonte veeslag);het begrip ligt evenwel niet geheel vast
veertigdaagse periode voor Pasen, beginnend met Aswoensdag