vegeteren
ve – ge` te – ren, («Frans«Latijn) (vegeteerde, h. gevegeteerd),
ve – ge` te – ren, («Frans«Latijn) (vegeteerde, h. gevegeteerd),
Vermeerdering die op miniatuurschaal onder steriele omstandigheden uitgevoerd wordt.Het uitgroeien van de reeds aangelegde meristemen(deelweefsel)op het explantaat(geïsoleerd stukje weefsel)zoals topmeristemen wordt gestimuleerd.De meristemen op het explantaat ontwikkelen zich tot spruiten.
top van een stengel of wortel zolang deze nog weefselvormend weefsel bevat
top van een stengel of wortel zolang deze nog weefselvormend weefsel bevat
de functies der levende wezens die de dieren met de planten gemeen hebben, nl. stofwisseling en voortplanting
Buiten het bewustzijn om.
Groot Hoefblad/Petasites hybrides:soort uit de familie der Samengesteldbloemigen/Compositae van de klasse der Tweezaadlobbigen
ruimtelijke massa van plante-individuën, in samenhang met de plaats waar zij groeien en in de rangschikking die zij uit zichzelf (spontaan) hebben aangenomen
ve – ge` ta – ri – ër, («Frans), de -woord (mannelijk), vegetariërs, iem. die uitsluitend plantaardig voedsel eet, althans zich onthoudt van spijzen die afkomstig zijn van gedode dieren; vgl : veganisme en lactovegetariër
bezem, stoffer, wisser, borstel, varken, baanveger, straatveger