Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

aanhang

` aan – hang, de -woord (mannelijk), de gezamenlijke volgelingen of aanhangers: deze politicus heeft veel aanhang ; (ook schertsend ) personen die bij iem. horen, bijv. vrouw en kinderen of bedienden: daar logeert een oliesjeik met zijn aanhang

aanhalingsteken

speciaal teken, dat in verschillende programmeertalen en/of (code) stelsels in verschillende betekenissen en/of voor verschillende (besturings) doelen wordt gebruikt

aangroeien

aanwassen, groeien, meerderen, oplopen, stijgen, toenemen, uitdijen, vermeerderen, wassen, vastgroeien, gedijen, tieren