Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

aanhoudend

aldoor, almaar, bestendig, blijvend, constant, continu, gedurig, gestaag, gestadig, non-stop, onafgebroken, onophoudelijk, onophoudend, staag, stadig, steeds, volhardend, voortdurend

aanhechten

aaneenschakelen, bevestigen, bijeenvoegen, bijvoegen, fixeren, hechten, kleven, vastknopen, vastmaken, vastzetten, verbinden

aanhef

servicesegment waarmee een bericht begint en waarmee het uniek geïdentificeerd is(1); begin van een bericht met informatie over bestemmingsadres, afzender, aard van het bericht, verzendtijd e.d.(2)

aanhankelijk

aan` han – ke – lijk, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, zich gemakkelijk aan iem. hechtend; met veel genegenheid voor iem.: een aanhankelijk kind