aangrijpen
` aan – grij – pen, (greep aan, h. aangegrepen), beetpakken; gebruik maken van: de gelegenheid aangrijpen ; lichamelijk of geestelijk schokken, ontroeren: het voorval heeft hem sterk aangegrepen
` aan – grij – pen, (greep aan, h. aangegrepen), beetpakken; gebruik maken van: de gelegenheid aangrijpen ; lichamelijk of geestelijk schokken, ontroeren: het voorval heeft hem sterk aangegrepen
doses die tegen de gemiddelde of mediane dosis liggen.
bij het optisch herkennen van tekens, de situatie waarbij de ruimte tussen twee opeenvolgende tekens minder is dan voorgeschreven
grenzend aan, naastgelegen, aanliggend
ziekten genoemd in bijlage B, rubrieken I en II, hoofdstuk I, waarvan, indien de aanwezigheid ervan wordt vermoed of wordt vastgesteld, bij de bevoegde centrale autoriteit van de Lid-Staat aangifte moet worden gedaan
Het mededelen van enig feit aan het bevoegde overheidsorgaan(1).Het bekend maken van een strafbaar feit aan een opsporingsambtenaar ter verdere behandeling(2).
` aan – gif – te, de -woord (vrouwelijk), aangiften, aangiftes,
` aan – ge – zien, I, voegwoord, omdat;, II, het -woord, aangeziens, alinea in een juridisch stuk die met `aangezien` begint
de bevoegde autoriteit van een Lid-Staat die om bijstand wordt verzocht
bewegingszenuw van de aangezichtsspieren