aanstellerij
aanstelleritis, komediespel, pose, theater, gemaaktheid
aanstelleritis, komediespel, pose, theater, gemaaktheid
aanstellerij, gemaaktheid, komediespel, pose, theater
dikdoenerig, drukdoend, kwasterig, opgeschroefd, uitsloverig, dramatisch, gemaakt, nesterig, kleinzerig, kieskeurig
` aan – stel – len, (stelde aan, h. aangesteld),
Iemand die zich aanstelt.
` aan – ste – ker, de -woord (mannelijk), aanstekers, werktuig waarmee men iets aansteekt (aansteken, bet 1 ), zoals rookartikelen of een gasfornuis
` aan – ste – ken, (stak aan, h. aangestoken),
aandrukking van de basis van een stek
` aan – stal – ten, meervoudig zelfstandig naamwoord, toebereidselen: (geen) aanstalten maken om
vaststampen