aanstaande
aan` staan – de, de -woord, aanstaanden, verloofde
aan` staan – de, de -woord, aanstaanden, verloofde
aan` staand ,, ` aan – staand, bijvoeglijk naamwoord,
doodbidder, kraai, lijkbidder, lijkdienaar, lijkdrager
` aan – staan, (stond aan, h. aangestaan),
` aan – spre – ken, (sprak aan, h. aangesproken),
impuls aangelegd na een schrijfimpuls, die om ruis zoveel mogelijk te elimineren, alle magneetcellen in een aanspreekbare toestand brengt
impuls, voorafgaand aan de leesimpuls, om de te lezen magneetcel in een aanspreekbare toestand te brengen en aldus ruis te elimineren
de mate van prikkelbaarheid of reactiebereidheid van zenuwen en zintuigen
registers die in de opdrachten worden genoemd en door de programma`s worden gebruikt voor het opbergen van resultaten, het berekenen van adressen e. d
het probleem van de toerekening van de aansprakelijkheid dat zich stelt, indien de kennisgeving van inbreuk geadresseerd is aan op zijn minst twee ondernemingen