afratelen
aframmelen
aframmelen
afdekken, afdrogen, afranselen, afrossen, aftroeven, aftuigen, koteren, pegelen, pekelen, pekken, tuchtigen
aframmelen, aftroeven, pegelen, afdekken, afdrogen, afrossen, aftuigen, koteren, pekelen, pekken, tuchtigen
afdraaien, opdreunen
` af – ra – den, (ried, raadde af, h. afgeraden), adviseren iets niet te doen
afschepen, afwijzen, weigeren
afdreigen, ontwringen, uitzuigen, chanteren
` af – per – sing, de -woord (vrouwelijk),
afbakenen, afpalen, begrenzen, beperken
afbeulen, afjakkeren, afmatten, uitputten