afpassen
afmeten, afwegen, doseren, meten, uitmikken
afmeten, afwegen, doseren, meten, uitmikken
afperken, afbakenen, begrenzen, beperken
kernspreuk
` af – pak – ken, (pakte af, h. afgepakt), ontnemen
bij vergroting der bronchiaalklieren wordt de fluisterstem aan de ruggegraat gehoord met sterkere bronchofonische bijklank
bij vergroting der bronchiaalklieren wordt de fluisterstem aan de ruggegraat gehoord met sterkere bronchofonische bijklank
` af – ne – mer, de -woord (mannelijk), afnemers, 1 koper
afschrijving met afnemende bedragen per jaar
afnemer van stapel brieven in een sorteermachine, zodat de brieven stuk voor stuk ingevoerd worden
` af – ne – men, (nam af,