afrijden
wegrijden, doorrijden, uitputten, afmatten
wegrijden, doorrijden, uitputten, afmatten
Wiel voor het africhten van slijpschijven, vrij draaibaar in een vorkvormige houder, bestaand uit een of meer schijfjes van staal, hardmetaal of gesinterde korund
Met een diamant een schijf, eventueel opnieuw, op maat en op scherpte brengen
Automatisch werkende dresseerinrichting op draadslijpmachines voor profielherstel bij enkelvoudige profielschijven
karakteristiek van een synaptisch interface,dat verbindingen bevat,die de stimulatie van een aangrenzend neuron afremmen
` af – rem – men, (remde af, h. afgeremd), door remmen snelheid verminderen; figuurlijk te snelle ontwikkeling tegengaan;, ` af – rem – ming, de -woord (vrouwelijk)
` af – re – ke – nen, (rekende af, h. afgerekend),
` af – re – ke – ning, de -woord (vrouwelijk), afrekeningen, het afrekenen;, op afrekening, later te verrekenen;, korte afrekening maakt lange vriendschap, vlug betalen bevordert langdurige vriendschap
doorreizen, aflopen, bereizen, doortrekken, verreizen, vertrekken
afrit, afvaart, begin, start, vertrek