beetje
` beet – je, I, het -woord, beetjes,
` beet – je, I, het -woord, beetjes,
foutieve occlusie van het gebit, waardoor arthrosis van het kaakgewricht kan ontstaan, die gepaard kan gaan met oorverschijnselen
veemarkt
de -woord (mannelijk), beten,
beestenboel, varkensstal, rommel, zwijnenstal
bestiaal, dierlijk, bruut, grof, onmenselijk, ruw, wreed, verschrikkelijk
het -woord, beesten,
lijder aan hypertrichosis universalis wiens lichaam, ook het gelaat behalve de lippen en de oogleden, geheel met haar bedekt is
spread met posities in andere basisprijzen, waarbij de belegger winst kan maken bij de daling van de koers of prijs van de onderliggende waarde
de -woord (mannelijk), beren,