beeper
Pieper, klein op zak te dragen apparaatje waarmee men opgepiept kan worden.
Pieper, klein op zak te dragen apparaatje waarmee men opgepiept kan worden.
Een worp die met het been wordt gedaan, met de bedoeling de tegenstander te vloeren.
carcinoom met beenafzetting
het ronde gewrichtsoppervlak aan het articulaire uiteinde van een been
bepaalde klasse, de ‘ gewone’ vissen, i.t.t. de schaal-en schelpdieren, zeezoogdieren e. d
plankje naast de breuk ter bevestiging van de delen wanneer een der ledematen is gebroken
ruimte om de benen te plaatsen en te verplaatsen, m.n. in een auto, een vliegtuig, ..voor een zitplaats
slagerij
Weefsel dat in de mergholten van de botten zit. Het bestaat uit een netwerk van vezels waartussen stamcellen zitten.
` been – hou – wer, de -woord (mannelijk), beenhouwers, Zuid-Nederlands slager