Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

begaanbaar

berijdbaar, bevaarbaar, doorwaadbaar

begaan

be` gaan, I, (beging,

beflijster

Turdus torquatus, deze lijster lijkt sterk op de merel met één duidelijk verschil, de witte band (bef) die de vogel over de borst heeft.

begaafdheid

Een bijzondere aanleg, een gave.

befaamd

legendarisch, bekend, beroemd, fameus, gekend, vermaard

beeweg

bedevaart, pelgrimage, pelgrimstocht

beetpakken

aangrijpen, aanpakken, aanvatten, grijpen, omklemmen, vastgrijpen