Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

boomocelot

(onder)soort uit de orde der roofdieren van de klasse der zoogdieren

boomschubdier

soort uit de orde der schubdieren/Pholidota van de klasse der zoogdieren

boomnetwerk

netwerk, waarin slechts één medium tussen twee nodes bestaat; een boom is gelijk aan een aantal bussen die op elkaar zijn aangesloten

boommiereneter

(onder)soort uit de orde der tandarmen van de klasse der zoogdieren

boomlaag

hoogste vegetatielaag in een bos (de overige lagen zijnde de moslaag, de kruidlaag en de struiklaag)

boomkwekerij

cultuur van winterharde, houtige gewassen met de bedoeling deze in rusttoestand af te leveren

boomkruiper

Klein bruin zangvogeltje, met slanke gebogen snavel, zoekt zijn voedsel in de schorsspleten van een boomstam.

boomkroon

het bovendeel met de zich uitspreidende takken van een boom

boomkorkotter

Schip waarvan de vislijnen van de trawl door hangerblokken, bevestigd aan het uiteinde van twee gieken, worden gevoerd