Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

boon

de -woord, bonen,

boomwas

boomzalf voor boomwonden

boomwagter

Boomsluiter, bediener van de havenboom (Harlingen).

boomvrucht

(eetbare)vrucht die aan bomen groeit

boomvormig netwerk

netwerk, waarin slechts één medium tussen twee nodes bestaat; een boom is gelijk aan een aantal bussen die op elkaar zijn aangesloten

boomvormige zoekprocedure

methode om informatie terug te zoeken in een bestand, waarbij de gebruiker uit een op het scherm geprojecteerde index een sub-index kiest, die daarna wordt gevisualiseerd en waaruit de gebruiker een verder gedetailleerde keuze maakt, enz

boomvalk

Falco subbuteo, kleine sierlijke valk, familie van de torenvalk.

boomtrawler

Schip waarvan de vislijnen van de trawl door hangerblokken, bevestigd aan het uiteinde van twee gieken, worden gevoerd

boomteelt

cultuur van winterharde houtige gewassen met de bedoeling deze in rusttoestand af te leveren

boomstructuur

methode van ketenadressering, waarbij elk record verwijst naar twee of meer andere records van lagere orde