Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

weerstaan

weer` staan, (weerstond, h. weerstaan),

weerspiegelen

weer` spie – ge – len, (weerspiegelde, h. weerspiegeld),

weerspannig

balorig, dwars, ongehoorzaam, ongewillig, recalcitrant, tegendraads, tegenstrevend, balsturig, koppig, lastig, ongehoorzaam, onwillig, oproerig, stug, weerbarstig

weersomstandigheden voor zichtvluchten

de weersomstandigheden uitgedrukt in termen van zichten afstand ten opzichte van de volken en hoogtegrens gelijk aan of hoger dan de nader aangegeven minima

weersomstandigheden von instrumentvluchten

de weersomstandigheden uitgedrukt in termen van zicht, afstand ten opzichte de wolken en hoogtegrens die lager zijn dan de minima bepaald voor de weersvoorwaarden voor zichtvluchten

weerslag

` weer – slag, de -woord (mannelijk), weerslagen, terugwerking

weerschijn

spiegeling, weerglans, weerschijnsel, reflectie, terugkaatsing, weerkaatsing, fonkeling, glinstering