zwam
zwamneus
zwamneus
Kops en langs de omtrek snijdende frees voor vervaardiging van zwaluwstaartgeleidingen
Deel van de matrijs waarvan de zijvlakken met elkaar een hoek vormen en dat dient voor het uitlijnen en bevestigen van de matrijs
familie uit de orde der zangvogels van de klasse der vogels
` zwa – luw, de -woord, zwaluwen, slank zangvogeltje van de familie Hirundinidae, met gevorkte staart, lange, puntige vleugels en een korte snavel, alleen in het zomerhalfjaar in Nederland;, één zwaluw maakt (nog) geen zomer, op één goed (voor)teken moet men niet te hoge verwachtingen gronden
klotsen, dobberen, dolen, zwalken, zwerven
lichte graad van idiotisme, gekenmerkt door onvermogen tot concentratie en door een ongecontroleerd driftleven; op volwassen leeftijd is het verstand niet groter dan van een kind van 3-7 jaar
Niet goed bij het verstand, minderbegaafd.
` zwak – te, de -woord (vrouwelijk),
kwakkelig, sukkelend