Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

weggeven

` weg – ge – ven, (gaf weg, h. weggegeven),

wegge

kluit, stuk, weg

weggaan

afdruipen, aftaaien, moven, vertrekken, `m smeren, afstrijken, aftrekken, ertussenuit knijpen, ervandoor gaan, heengaan, inrukken, opbreken, opkramen, opkrassen, opstappen, verdwijnen, opdonderen, oplazeren, oprotten, opflikkeren, ophoepelen, afstappen, aftreden, scheiden, uitgaan, verhuizen, wegtrekken, wijken

wegeringsluik

Luik in de beschieting van het ruim, waardoor (bij leeg ruim) de ruimte achter of onder de beschieting geïnspecteerd of schoongemaakt kan worden

wegering

Garnering van latten, planken of roosters die boven de kimmen aan de binnenkant van de spanten is aangebracht

weger

Bij de houten scheepsbouw, balk die over de hele lengte aan de binnenkant van de spanten wordt bevestigd en is bestemd om het langsverband te versterken

wegentrekpen

trekpen voor het aanbrengen van twee evenwijdige lijnen

wegens

` we – gens, voorzetsel, om reden van: wegens ziekte verhinderd