weglaten
` weg – la – ten, (liet weg, h. weggelaten),
` weg – la – ten, (liet weg, h. weggelaten),
lichamelijk en geestelijk verval van krachten; voortschrijdende uittering en wegkwijning, volgens Tendeloo te onderscheiden van cachexie, waarbij de huid vaak licht icterisch wordt
atrofiëren, wegteren, uitteren, wegdeemsteren, verflauwen, wegsterven, verleppen, verwelken
ontkomen, wegraken, ontsnappen, verdwijnen
gappen, weggrissen
afjagen, bezemen, koteren, uitdrijven, verbannen, verdrijven, verjagen
` weg – ha – len, (haalde weg, h. weggehaald), van zijn plaats halen, verwijderen;, bij haar is alles weggehaald, informeel zijn de baarmoeder en de eierstokken verwijderd
wegwerpartikel
` weg – gooi – en, (gooide weg, h. weggegooid), neergooien; van zich afgooien; zich ontdoen van;, zich weggooien, zich verlagen
wegwerpartikel