zeker
` ze – ker, I, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
` ze – ker, I, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
magneetijzersteen
flaporen
ruimte waar de zeilen worden opgeborgen, benevens zonnetenten, presennings, kleden, enz
` zei – len, (zeilde, h. en is gezeild),
grof, zeer stevig weefsel van hennepgaren
boekwerk dat beschrijvingen geeft van zeeën, landen en kusten in een bepaald gebied, waarbij speciaal datgene wordt beschreven dat van belang is voor het veilig navigeren..
het -woord, zeilen,
doornat, doorweekt, druipnat, kletsnat
flauw, slap, vervelend