zeggenschap
` zeg – gen – schap, de -woord (vrouwelijk) & het -woord, invloed, recht van beslissen: zeggenschap hebben
` zeg – gen – schap, de -woord (vrouwelijk) & het -woord, invloed, recht van beslissen: zeggenschap hebben
` zeg – gen, I, (zei of zegde, h. gezegd),
rietgras
triomfzuil
triomfwagen, zegekar
overwinnend, triomfant, victorieus, zegepralend, triomferend
zegevlag
triomftocht
overwinnend, triomfantelijk, zegevierend
overwinnen, triomferen, zegevieren