Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

ziekenboeg

ruimte aan boord ter verpleging van zieken

ziek

bijvoeglijk naamwoord, lijdend aan een stoornis in het lichaam of de geest, niet gezond; zo ziek als een hond ; ziek van verlangen ;, zich ziek lachen, heel erg lachen;, ik word er ziek van, het staat me heel erg tegen;, een zieke aardappel, door bederf aangetast

ziegezagen

palaberen, zaniken, zeiken, zeuren, zeveren