ziekte van Plummer
atypisch verlopende hyperthyreoidie bij patienten met struma nodosa, waarbij geleidelijk een hyperfunctie optreedt
atypisch verlopende hyperthyreoidie bij patienten met struma nodosa, waarbij geleidelijk een hyperfunctie optreedt
atrofie van de lobus frontalis en (of) de lobus temporalis cerebri, leidende tot zware dementie met progressieve degeneratie van de hogere vermogens en toenemende afasie
infectieuze mononucleosis, gekenmerkt door koorts, klierzwelling en abnormaal wit bloedbeeld
de vorming van fibreuze strengen in de corpora cavernosa, cavernitis fibrosa, met verkromming van de penis, die toeneemt bij erectie
aandoening van een of meer ossificatiecentra bij kinderen met een geleidelijk wetmatig verloop, beginnend met een aseptische subchondrale botnecrose, leidende tot fragmentatie, gevolgd door regeneratie en hernieuwde calcificatie; in de kop van het femur
pijnlijke springende bewegingen van het heupgewricht door bursitis of door verdikking van de tractusiliotibialis bij glijden over de grote trochanter tijdens buiging
het optreden van beenweefsel aan de mediale bovenzijde van de condylus femoris, mogelijk van traumatische oorsprong
koortstype waarbij perioden van 10 tot 14 dagen koorts worden afgewisseld met gelijke perioden zonder koorts
herhaalde niet-pathologische albuminurie
vorm van hyperthyreoidie, vnl. gekenmerkt door het syndroom van Basedow, warme vochtige huid, een fijne, snelle tremor, vermagering en een sterk verhoogd basaalmetabolisme