Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

uitdraaien

` uit – draai – en, (draaide uit, h. uitgedraaid),

uitdraai

` uit – draai, de -woord (mannelijk), uitdraaien, computerterm afdruk op papier van gegevens uit een computerbestand

Uitdoven

uitgaan, dompen, doven, blussen, smoren, uitdoen, uitdrukken, afnemen

uitdossen

optakelen, optooien, uitmonsteren, kleden, optuigen, tooien, opschikken, opsmukken

uitdoen

` uit – doen, (deed uit, h. uitgedaan),

uitdijen

` uit – dij – en, (dijde uit, is uitgedijd), zich uitzetten, zwellen;, ` uit – dij – ing, de -woord (vrouwelijk)

uitdenken

bekokstoven, uitvinden, bedenken, uitpiekeren, verzinnen

uitdelen

` uit – de – len, (deelde uit, h. uitgedeeld), rondgeven; figuurlijk : klappen uitdelen, standjes uitdelen

uitdekken

Het witschilderen van de achtergrond van een rasteropname, zodat het beeld net uitgesneden lijkt.