zielig
` zie – lig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, jammerlijk, droevig, beklagenswaardig;, ` zie – lig – heid, de -woord (vrouwelijk)
` zie – lig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, jammerlijk, droevig, beklagenswaardig;, ` zie – lig – heid, de -woord (vrouwelijk)
hartzeer, zielenleed
hartzeer, zielenleed
arme ziel, stakker, zielenpoot
hartzeer, zielenleed, zielsziekte
begrafenisplechtigheid
de -woord, zielen,
voortdurende of vaak voorkomende afwezigheid, evenzo van leden van vertegenwoordigende lichamen die de vergaderingen niet bijwonen, en van werknemers die abnormaal veel verzuimen wegens ziekte
iedere verzameling of kweek van organismen, of ieder afgeleid produkt, alleen dan wel in gerecombineerde vorm, van zo`n verzameling die of kweek van organismen dat een ziekte kan veroorzaken bij enig levend wezen (met uitzondering van de mens),en ieder gewijzigd afgeleid produkt van die organismen dat drager of overbrenger kan zijn van een verwekker van … Lees verder
bericht dat door de gebruiker of het netwerk gezonden wordt in antwoord op een status enquiry-bericht of op elk willekeurig moment tijdens een oproep om bepaalde foutcondities te melden