Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

vasthouden

` vast – hou – den, (hield vast, h. vastgehouden), in de hand houden: kun je mijn tas even vasthouden? ;, vasthouden aan, blijven aanhangen: vasthouden aan oude tradities ; zie ook bij, hart

vastheid

` vast – heid, de -woord (vrouwelijk), het vast-zijn; stevigheid; figuurlijk zekerheid

vasthechten

bevestigen, vastmaken, verbinden

vasthebben

doorhebben, vatten, begrijpen, bedriegen, beetnemen, beethouden, vasthouden

vastgrijpen

` vast – grij – pen, (greep vast, h. vastgegrepen), stevig grijpen

vastgestelde grens

grens van een perceel, geconstrueerd bij een kadastermeting, door de aanliggende perceelseigenaren als correct erkend en door het percelenkadaster vastgelegd