vastrecht
vast, door verbruiker ongeacht het verbruik over een bepaald tijdvak (maand, kwartaal, jaar) verschuldigd bedrag; hoogte uniform, of naar vloeroppervlak, aantal vertrekken e. d
vast, door verbruiker ongeacht het verbruik over een bepaald tijdvak (maand, kwartaal, jaar) verschuldigd bedrag; hoogte uniform, of naar vloeroppervlak, aantal vertrekken e. d
fixeren, vastbinden, vasthechten, bevestigen, vastleggen, vastzetten, vestigen, aanzetten
object op de zeebodem dat de voortgang van een gesleept vistuig belet
` vast – lo – pen, (liep vast, is vastgelopen), scheepvaart,
vastliggende cel van het algemene uit mesenchym ontstane (steun) weefsel van het lichaam, waarin zenuwen, bloedvaten, lymphbanen e.d.lopen en waardoor organen worden omgeven en gesteund
bepaalde, aan het auteursrecht verwante(‘ naburige’ ) rechten
` vast – leg – gen, (legde vast, h. vastgelegd), vastmaken: de hond vastleggen ; figuurlijk op schrift stellen: de resultaten van zijn onderzoekingen vastleggen ; blijvend toegankelijk maken: op de gevoelige plaat vastleggen
gevangennemen, vastzetten, bedotten, beetnemen, foppen
vastmaken, vastzetten, beethouden, vasthouden
onvermoeibaar, persistent, standvastig, verbeten, hardnekkig, volhardend, gierig