Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

zinspreuk

kenspreuk, lijfspreuk, motto, devies, leus

zinsbegoocheling

gewaarwording die subjectief als werkelijk wordt beschouwd, doch objectief niet kan worden gecontroleerd

zinsbedrog

gewaarwording die subjectief als werkelijk wordt beschouwd, doch objectief niet kan worden gecontroleerd

zinrijk

verstandig, weldenkend, zinnig, doordacht, epigrammatisch, geestig

zinnig

` zin – nig, bijvoeglijk naamwoord, redelijk, niet dwaas, verstandig

zinnen

beramen, peinzen, aanspreken, bevallen