Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

aangedaan

bewogen, geëmotioneerd, geroerd, getroffen, ontroerd, gekwetst, onthutst, aangetast, ontstoken

aangaan

beginnen, mogen, afsluiten, sluiten, aanbelangen, bekommeren, betreffen, gelden, demarreren, ontbranden, ontvonken, vlam vatten, ontvlammen

aanfluiting

` aan – flui – ting, de -woord (vrouwelijk), aanfluitingen, bespotting; voorwerp van bespotting;, een aanfluiting van het recht, oneerlijke, bevooroordeelde rechtspraak; vertoning die ver achterblijft bij wat men ervan mag verwachten:, dat concert is een aanfluiting ; dat proces was een aanfluiting van het recht

aaneensluiten

aaneenkoppelen, aaneenschakelen, aaneenvoegen, binden, koppelen, liëren, samenknopen, samenvoegen, verbinden, verenigen