afwijking
aberratie, abnormaliteit, afdwaling, anomalie, derivatie, onregelmatigheid, declinatie, divergentie, uitwijking, variëteit, verandering, gebrek
aberratie, abnormaliteit, afdwaling, anomalie, derivatie, onregelmatigheid, declinatie, divergentie, uitwijking, variëteit, verandering, gebrek
als afwijking van de rechtheid geldt de grootste afwijking tussen een holle langskant en de rechte die de beide einden van dezekant verbindt
Anders dan de norm.
` af – wij – ken, (week af, is afgeweken), een andere richting nemen, hebben;, afwijken van, niet overeenkomen met;, een afwijkende mening, een andere mening dan de meest gangbare
vrijheid…;zich vrij in een staat verplaatsen en wonen
af` we – zig, bijvoeglijk naamwoord, er niet zijnde; figuurlijk niet met zijn aandacht bij het gesprokene zijnde;, af` we – zi – ge, de -woord, afwezigen
absentie, ontstentenis, forfait, ontbreken, absence, verstrooidheid
Het vanuit vliegtuigen afwerpen, al dan niet met parachute, van eerste levensbehoeften (geneesmiddelen, voedsel of materiaal)
van poststukken t.b.v.sortering
` af – wer – ken, (werkte af, h. afgewerkt),