antilichamen tegen het HIV-virus
HIV (human immunodeficiency virus)= LAV (lymfadenopathievirus)= HTLV-III = humaan lymfotroop retrovirus
HIV (human immunodeficiency virus)= LAV (lymfadenopathievirus)= HTLV-III = humaan lymfotroop retrovirus
antistof = antilichaam: stof die de werking van andere stoffen, inzonderheid van ziektestoffen of van bacteriën opheft; stof die in het lichaam ontstaat als reactie op de inspuiting van antigeen
ontstaat door injectie met het antigeen van Forssman
antilichaam tegen het humaan immunodeficiëntievirus(AIDS-virus)
auto-antilichaam dat schade aanricht aan het gladde spierweefsel(gladde musculatuur).Auto-antilichamen zijn gedeeltelijk gericht tegen eigen antigenen(antistof-opwekkende stoffen)en kunnen leiden tot auto-immuunziekten
Antistof in het bloed.
in douaneverband voorwerp ouder dan 100 jaar
elk der stoffen die aan benzine worden toegevoegd om detoneren(‘ kloppen’)in verbrandingsmotoren tegen te gaan
stoffen die de neiging van afzonderlijke levensmiddelendeeltjes om aan elkaar te kleven, verkleinen
metaalstuk in de roentgenbuis tegenover de kathode, waardoor de kathodestralen worden afgeremd, zodat roentgestralen ontstaan