antimeer
het tegenover een corresponderend lichaamsdeel gelegen deel in een bilateraal symmetrisch aangelegd organisme
het tegenover een corresponderend lichaamsdeel gelegen deel in een bilateraal symmetrisch aangelegd organisme
hertachtig herkauwend hoefdier
HIV (human immunodeficiency virus)= LAV (lymfadenopathievirus)= HTLV-III = humaan lymfotroop retrovirus
HIV (human immunodeficiency virus)= LAV (lymfadenopathievirus)= HTLV-III = humaan lymfotroop retrovirus
antistof = antilichaam: stof die de werking van andere stoffen, inzonderheid van ziektestoffen of van bacteriën opheft; stof die in het lichaam ontstaat als reactie op de inspuiting van antigeen
ontstaat door injectie met het antigeen van Forssman
antilichaam tegen het humaan immunodeficiëntievirus(AIDS-virus)
auto-antilichaam dat schade aanricht aan het gladde spierweefsel(gladde musculatuur).Auto-antilichamen zijn gedeeltelijk gericht tegen eigen antigenen(antistof-opwekkende stoffen)en kunnen leiden tot auto-immuunziekten
Antistof in het bloed.
in douaneverband voorwerp ouder dan 100 jaar