bedoeling
be` doe – ling, de -woord (vrouwelijk), bedoelingen, wil, plan, opzet, oogmerk: het ligt in de bedoeling van de regering de kleine criminaliteit te bestrijden ;, met de beste bedoelingen iets doen, vanuit welgemeende oogmerken
be` doe – ling, de -woord (vrouwelijk), bedoelingen, wil, plan, opzet, oogmerk: het ligt in de bedoeling van de regering de kleine criminaliteit te bestrijden ;, met de beste bedoelingen iets doen, vanuit welgemeende oogmerken
niet-venerische en niet-genitale secundaire syphilis onder nomaden in de Oriënt, overgebracht van mond op mond of via de vingers
maakster van beddegoed
bekonkelen, bekokstoven, regelen, verhakstukken
bespreken
clausule, conditie, bepaling, stipulatie, voorwaarde
bij overeenkomst bepalen
bevitten, bekritiseren, kritiseren, vitten
albedil
afdammen, bedammen, indammen, indijken