bedorven
be` dor – ven, bijvoeglijk naamwoord,
be` dor – ven, bijvoeglijk naamwoord,
akelig, slecht, gek
be` don – de – ren, (bedonderde, h. bedonderd), informeel beduvelen
dompig, benauwd, benauwend, duf, muf
silicium laagje, ingebed tussen andere lagen, zoals bij een MOS-transistor
beweging, drukte, gedoe, bedrijf
be` doe – len, (bedoelde, h. bedoeld),
be` doe – ling, de -woord (vrouwelijk), bedoelingen, wil, plan, opzet, oogmerk: het ligt in de bedoeling van de regering de kleine criminaliteit te bestrijden ;, met de beste bedoelingen iets doen, vanuit welgemeende oogmerken
niet-venerische en niet-genitale secundaire syphilis onder nomaden in de Oriënt, overgebracht van mond op mond of via de vingers
maakster van beddegoed