Woorden
behoudens
be` hou – dens, voorzetsel, behalve; onder voorbehoud van
behoudend
conservatief
behoudenis
behoud, redding
behouden
behoeden voor, beschermen, bewaren, handhaven, houden, overhouden, redden, gezond, ongedeerd
behoud in situ
het behoud van ecosystemen en natuurlijke habitats en de instandhouding en het herstel van levensvatbare populaties van soorten in hun natuurlijke omgeving en, in het geval van gedomesticeerde of gecultiveerde soorten, in de omgeving waarin zij hun onderscheidende kenmerken hebben ontwikkeld
behoren
be` ho – ren, (behoorde, h. behoord),
behoud ex situ
het behoud van bestanddelen van de biologische diversiteit buiten hun natuurlijke habitats
behoorlijk
hebbelijk, naar behoren, oorbaar, passabel, voegzaam, betamelijk, billijk, degelijk, eerlijk, geschikt, goedschiks, passend, rechtmatig, redelijk, schappelijk, tamelijk, voldoende, ordentelijk, deftig, fatsoenlijk, gepast, proper, flink, ferm, fiks, grondig, heel wat
behoeven
moeten