beieren
bengelen, luiden
bengelen, luiden
rechte hevel, instrument voor het verwijderen van gebitselementen en (of) wortels, genoemd naar L. Bein
afwachten, talmen, treuzelen, verwachten, wachten
` bei – de, telwoord, allebei, ieder van twee mensen, dieren of dingen: beide echtelieden kregen een verrassing ; beide benen gebroken hebben ;, met zijn beiden, wij of zij of jullie tweeën;, met ons beiden, informeel met zijn of ons beidjes, wij tweeën
klokkenist, klokkenspeler
geheel van met elkaar accorderende, volgens de toonschaal zuiver gestemde klokken, die met een klavier bespeeld kunnen worden
beieren
een door huwelijk verworven tante
aangetrouwd
be` hulp – zaam, bijvoeglijk naamwoord, helpend; gaarne helpend; iem. behulpzaam zijn ; iem. de behulpzame hand bieden