bersten
barsten, borsten, scheuren, splijten, inkerven, krakken
barsten, borsten, scheuren, splijten, inkerven, krakken
kracht per oppervlakte die op een ingeklemd, rond papier-of kartonoppervlak bij gestadig toenemende, gelijkmatig verdeelde druk aan een zijde kan worden uitgeoefend op het ogenblik dat het te beproeven materiaal barst
draagbaar
be` ro – ving, de -woord (vrouwelijk), berovingen, gewelddadige ontneming, 1 roof
be` ro – ven, (beroofde, h. beroofd),
berouwhebbend, boetvaardig, rouwmoedig, bedroefd, spijtig
be` rok – ke – nen, (berokkende, h. berokkend), veroorzaken, bezorgen: iem. schade berokkenen
be` rouw, het -woord, spijt over een verkeerde daad; berouw komt na de zonde ; rooms-katholiek :, akte van berouw, gebed tot uiting van berouw; zie ook bij, slaafs
be` roer – te, de -woord (vrouwelijk), beroerten, beroertes,
be` roe – ring, de -woord (vrouwelijk), beroeringen, onrust, opschudding