bescheid
schriftuur, verslag, bericht, verslag, antwoord, bescheiden
schriftuur, verslag, bericht, verslag, antwoord, bescheiden
be` scha – ving, de -woord (vrouwelijk), beschavingen,
be` scha – mend, bijvoeglijk naamwoord, schaamte veroorzakend, vernederend: een beschamende nederlaag
civiliseren, humaniseren, ontwikkelen, opvoeden, cultiveren, veredelen, verfijnen, vormen
be` scha – men, (beschaamde, h. beschaamd), schaamte doen gevoelen; teleurstellen: de verwachting is beschaamd ;, be` scha – ming, de -woord (vrouwelijk)
Invloed van constructiekenmerken op weginfrastructuur
be` scha – di – ging, de -woord (vrouwelijk), beschadigingen, het beschadigen; de toegebrachte schade
be` schaamd, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
bezeren, laederen, schade toebrengen, aantasten, bederven, deren, havenen, krenken, kwetsen, schenden, vernielen
be` schaafd, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, met een zekere geestelijke ontwikkeling; welgemanierd;, het Algemeen Beschaafd (Nederlands), de taal die beschaafde Nederlanders en Nederlandstalige Belgen geacht worden te spreken