besjoemelen
be` sjoe – me – len, (besjoemelde, h. besjoemeld), informeel bedriegen, oneerlijk behandelen
be` sjoe – me – len, (besjoemelde, h. besjoemeld), informeel bedriegen, oneerlijk behandelen
be` slaan, (besloeg,
onderkennen, zich bewust zijn van, begrijpen, gevoelen, inzien, vatten, voelen, zich realiseren
be` sef, het -woord, bewustzijn, inzicht, benul
bescherming, dekking, afdak
be` schut, bijvoeglijk naamwoord, beschermd, afgeschermd, vooral tegen wind, gevaar enz.;, beschutte werkplaats, werkplaats voor gehandicapten
beschermen
be` schul – di – ging, de -woord (vrouwelijk), beschuldigingen, het beschuldigen; aanklacht
be` schul – di – gen, (beschuldigde, h. beschuldigd), de schuld geven; aanklagen bij het gerecht
m.b.t.alle te laste gelegde feiten