Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

beslechten

bijleggen, schikken, beslissen

beslag-en roerkuip

kuip zonder ingebouwde verwarmingsinrichting, waarin moutschroot door een mechanische roerinrichting met water wordt gemengd en versuikerd

beslaglegging

embargo, inbeslagneming, pandbeslag, sekwester, beslag, sekwestratie

beslag van ijzerdraad

vlechtwerk om de kurk van flessen met mousserende dranken op zijn plaats te houden

beslag tegen buitengezetenen

bewarend beslag op vermogensbestanddelen ten laste van een schuldenaar die geen bekende woonplaats binnen Nederland heeft(= NL-regeling),dan wel die buiten de woonplaats van de beslaglegger woonachtig is(= B-regeling)

beslag

be` slag, het -woord,

besjoemelen

be` sjoe – me – len, (besjoemelde, h. besjoemeld), informeel bedriegen, oneerlijk behandelen

beslaan

be` slaan, (besloeg,

beseffen

onderkennen, zich bewust zijn van, begrijpen, gevoelen, inzien, vatten, voelen, zich realiseren