bespringen
aanranden, aanvallen
aanranden, aanvallen
besprenkelen
be` spre – ken, (besprak, h. besproken),
beraadslaging, conferentie, onderhoud, onderhandeling, geding, palaber, recensie, verhandeling, plaatsbespreking, reservering, gedachtewisseling, discussie
fopperij, ludificatie, persiflage, spotternij, hoon, spot
be` spot – ten, (bespotte, h. bespot), belachelijk maken
be` spot – te – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, waard bespot te worden;, be` spot – te – lijk – heid, de -woord (vrouwelijk), bespottelijkheden
omspoelen, besproeien, wassen
be – spi – o` ne – ren, (bespioneerde, h. bespioneerd), bespieden
accelereren, voortmaken met, bevorderen, verhaasten, versnellen