Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

betitelen

bestempelen, etiketteren, tituleren, aanspreken, kwalificeren, noemen

betichting

aanklacht, aantijging, belediging, beschuldiging, betichting, tenlastelegging, aanklacht

betichten

be` tich – ten, (betichtte, h. beticht), beschuldigen: hij betichtte mij van diefstal

Bethesda

religie, zie Betesda

beteuterd

be` teu – terd, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, verlegen, onthutst

beterschap

` be – ter – schap, de -woord (vrouwelijk),

beteren

met teer opsmeuren

beter

` be – ter, I, vergrotende trap van goed ; figuurlijk tamelijk goed of gunstig;, ik weet niet beter dan dat…, ik meen te weten dat…;, iets altijd beter (willen) weten, eigenwijs zijn;, het wat beter hebben, krijgen, materieel, financieel in wat gunstiger omstandigheden verkeren, resp. komen te verkeren;, ergens beter van worden, ergens voordeel … Lees verder