bezemmaker
Maker van rijsbezems, ook wel borstels.
Maker van rijsbezems, ook wel borstels.
vegen, wegjagen
be` ze – ge – ling, de -woord (vrouwelijk), bezegelingen, bekrachtiging
be` ze – ge – len, (bezegelde, h. bezegeld), van een zegel voorzien, bekrachtigen
baksteen met zandlaagje aan de meeste zijden
be` za – digd, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, bedaard, niet overijld;, be` za – digd – heid, de -woord (vrouwelijk)
bestrooien, inzaaien, bedekken, overdekken, overstelpen, uitstrooien
akker
grote oppervlakten, bv. een landstreek
grote oppervlakten, bv. een landstreek