Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

bezieling

be` zie – ling, de -woord (vrouwelijk), het bezielen; geestdrift, innerlijke aandrift

bezielen

begeesteren, leven geven aan, vitaliseren, aanvuren, animeren, drijven, inspireren, verrukken

bezield

bevlogen, geïnspireerd, gedreven, enthousiast, geanimeerd, geestdriftig, levend, toegewijd

bezichtigen

be` zich – ti – gen, (bezichtigde, h. bezichtigd), met aandacht bekijken;, be` zich – ti – ging, de -woord (vrouwelijk)

bezettingsgraad van vliegtuigen

bezettingsgraad, bezettingspercentage: verhouding tussen mogelijkheid en feitelijk gebruik (van vervoermiddelen)

bezettingsgraad

Gemiddeld aantal verbindingen tussen twee gegevensverwerkende systemen per uur

bezetting

be` zet – ting, de -woord (vrouwelijk), bezettingen,

bezetene

dolleman, krankzinnige

bezetten

be` zet – ten, (bezette, h. bezet),

bezeten

be` ze – ten, bijvoeglijk naamwoord, krankzinnig; een boze geest in zich hebbend: van de duivel bezeten