Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

bezoeken

be` zoe – ken, (bezocht, h. bezocht),

bezoekdienst

Bevordering en handhaving van gezondheid bij ouderen door zorg voor voldoende activiteiten en voldoende contacten.

bezoedelen

besmetten, bevlekken, dopen, bemorsen, besmeuren, bevuilen, drenken, onteren, ontwijden, verontreinigen, vuilmaken

bezocht

behept met, gekweld door, lijdend aan, beproefd

bezitting

be` zit – ting, de -woord (vrouwelijk), bezittingen, datgene wat men bezit

bezitten

be` zit – ten, (bezat, h. bezeten), in bezit hebben; zie ook bij lijdzaamheid