bezoeken
be` zoe – ken, (bezocht, h. bezocht),
be` zoe – ken, (bezocht, h. bezocht),
Bevordering en handhaving van gezondheid bij ouderen door zorg voor voldoende activiteiten en voldoende contacten.
besmetten, bevlekken, dopen, bemorsen, besmeuren, bevuilen, drenken, onteren, ontwijden, verontreinigen, vuilmaken
(hier:)i.v.m.onderzoek naar ‘ernstige schade’
behept met, gekweld door, lijdend aan, beproefd
be` zit – ting, de -woord (vrouwelijk), bezittingen, datgene wat men bezit
eigenaar van iets
beurtmechanisme, dat het session-protocol aan een session-entiteit verleent
be` zit – ten, (bezat, h. bezeten), in bezit hebben; zie ook bij lijdzaamheid
rechtsvordering tot handhaving in bezit