Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

bezorgd

be` zorgd, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, zich zorgen om iets makend, ongerust: bezorgd zijn over de toekomst

bezopen

beschonken, dronken, kachel, lazarus, teut, aangeschoten, beneveld, keil, ladderzat, zat, dwaas, gek

bezonnen

bedachtzaam, weloverdacht

bezonnenheidswaan

het voorkomen van denkstoornissen bij volkomen helder bewustzijn

bezoldiging

emolumenten, traktement, beloning, betaling, loon, salaris

bezoekrecht

Recht v.d. niet met de voogdij belaste ouder.

bezoekproject

activiteiten op het gebied van onderzoek of ontwikkeling met een specifieke doelstelling, een aanvangsdatum en een vermoedelijke einddatum, die binnen een bepaald onderzoekteam worden uitgevoerd en al dan niet extern worden gefinancierd

bezoeker

be` zoe – ker, de -woord (mannelijk), bezoekers ,, be` zoek – ster, de -woord (vrouwelijk), bezoeksters, iem. die een bezoek brengt