vijver
` vij – ver, («Latijn), de -woord (mannelijk), vijvers, gegraven waterkom;, de grote vijver, de zee, de oceaan
` vij – ver, («Latijn), de -woord (mannelijk), vijvers, gegraven waterkom;, de grote vijver, de zee, de oceaan
(«Frans), de -woord, vijzen, Zuid-Nederlands schroef; stelschroef; moer;, een vijs los hebben, niet goed snik zijn;, iem. een vijs opdraaien, iem. iets op de mouw spelden, iets wijsmaken;, de vijzen aanspannen, a) de schroeven aandraaien; b) met meer kracht optreden
machine van gelijke constructie als zaagmachines met een rechtlijnige heen en weer gaande beweging, maar met een vijl in plaats van een zaag
deel van de Nederlandse gem. Vaals, prov. Limburg
borstel om vijlen mee schoon te maken
bekend koffisurrogaat
Vrucht van de vijgenboom.
vlindertje
De dosis per kg levende stof die voldoende is om de helft van de aan de proef onderworpen individuen te doden ;acute letale dosis die gemiddeld voor 50 percent van een proefdierpopulatie dodelijk is
De dosis per kg levende stof die voldoende is om de helft van de aan de proef onderworpen individuen te doden ;acute letale dosis die gemiddeld voor 50 percent van een proefdierpopulatie dodelijk is